Menu Publicaties
PGS

Wat is het doel van de in voorschrift 6.2.4 van PGS 15 beschreven eis? Gaat het hier om bescherming van de flessen tegen aanstraling als gevolg van een brand in het gebouw of gaat het om bescherming van het pand als gevolg van brandende gasflessen?

Het uitgangspunt bij het formuleren van de voorwaarden in de PGS is steeds geweest dat de gasflessen beschermd moeten worden tegen invloeden van buiten af. De constructie van de gasflessen zelf is zodanig dat ervan uitgegaan mag worden dat deze geen bedreiging naar buiten vormen bij normale opslagomstandigheden (voor acetyleen ligt dit anders omdat de inhoud onder bepaalde condities kan gaan reageren).

In PGS 15:2005 blijkt niet direct uit voorschrift 6.2.4, noch uit de overige tekst van PGS 15, dat dit het uitgangspunt is geweest. Er moet van uitgegaan worden dat de voorziening voor beide doelen wordt getroffen. Met name als gasflessen tegen de effecten van de gevolgen van een brand in het gebouw beschermd moeten worden, betekent dit dat van de gevel niet alleen de scheidingsconstructie, maar ook de draagconstructie ten minste 60 minuten brandwerend moet zijn uitgevoerd.

In PGS 15:2011 is het doel van de voorschriften duidelijk gemaakt en wordt aangegeven dat het gaat om het beschermen van de gasflessen tegen warmte-aanstraling van buitenaf. Er is ook een extra voorschrift opgenomen dat de maximale stralingsbelasting niet groter mag zijn dan 10 kW/m2 . Er is een toelichting opgenomen dat andere voorzieningen een gelijkwaardig niveau van veiligheid opleveren.

Deze vraag behandelt

 
PGS 15:20056.2.4,
6.2.5
PGS 15:20116.2.4,
6.2.5, 
6.2.6

 

Toelichting uit PGS 15:2011

"(bij 6.2.3 t.m. 6.2.6) Onder een (half)open opslag wordt verstaan een opslag tegen een muur of een opslag (al dan niet met een dak) met (geheel of gedeeltelijk) rondom vrije ruimte. Doel van deze voorschriften is het beschermen van de gasflessen tegen warmte-aanstraling van buitenaf: het risico vanuit de gasflessen is niet zodanig dat dit een veiligheidsafstand vereist.

In de meeste situaties kan worden voldaan aan de eisen, zoals genoemd in 6.2.4 of 6.2.5. Een gelijkwaardige oplossing is bij opslag tegen een gevel het aanbrengen van zijmuren en/of een dak met een brandwerendheid van 60 minuten (een ‘bushokje'), deze moeten dan zodanige afmetingen hebben dat de kortste afstand van de openingen in de wand, om die zijmuur of dak heen, tot aan de gasflessen alsnog minimaal vier resp. twee meter bedraagt.

Bij een te korte afstand van de opslag tot de inrichtingsgrens is een gelijkwaardige oplossing het plaatsen van een muur, bijvoorbeeld op de inrichtingsgrens, om zo alsnog een WBDBO van 60 minuten te bereiken.

Een andere - meer algemene - gelijkwaardige oplossing houdt in dat van (bouwkundige of afstands-)eisen geheel of gedeeltelijk kan worden afgeweken als aannemelijk gemaakt kan worden dat de stralingsbelasting nimmer hoger zal worden dan 10 kW/m2. Dit doet zich bij de inrichtingsgrens bv. voor indien zich aan de andere zijde een openbaar water of een terrein met agrarische bestemming (zoals weilanden, akkers en dergelijke, niet zijnde bebouwing) bevindt.

Bij interne afstanden doet zich dat bv. voor als er weliswaar brandbare objecten zijn, maar deze een geringe warmte-inhoud hebben. Voor meer achtergrond wordt verwezen naar PGS 19, par. 4.2.2 aanhef en onder a en b.


Terug naar Vraag en Antwoord PGS 15