Menu Publicaties
PGS

PGS-publicaties overhandigd op netwerkbijeenkomst

19 december 2013

Overhandiging PGS-publicaties aan Jan van den Heuvel en Peter Torbijn.
Overhandiging PGS-publicaties aan Jan van den Heuvel en Peter Torbijn.

"We zijn op de goede weg"
En daar waren er weer drie. Onlangs werden in het Rotterdamse hotel New York enkele nieuwe delen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS'en) uitgereikt. Ook bestaat de PGS-beheerorganisatie inmiddels vijf jaar. De loftrompet werd gestoken, maar kritische noten werden ook gekraakt.

De wijze waarop overheid, bedrijfsleven en andere stakeholders met elkaar samenwerken bij het realiseren van een PGS, is uniek te noemen. Inmiddels werpt deze samenwerking al enkele jaren zijn vruchten af en werden onlangs drie geactualiseerde PGS'en officieel gelanceerd: 18 (over distributiedepots voor LPG), 19 (over propaan en butaan en de opslag daarvan) en 23 (over LPG vulstations). Ze werden door Piet-Hein Daverveldt, directeur van NEN uitgereikt aan twee vertegenwoordigers van de overheid: Peter Torbijn (directeur Veiligheid en Risico's bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) en Jan van den Heuvel van DCMR Milieudienst Rijnmond. De middag had een toekomstgericht thema 'alternatieve brandstoffen', maar behandelde toch ook bestaande ontwikkelingen.

Update
Allereerst praatte Paula Bohlander van de PGS-beheerorganisatie de aanwezigen bij over de stand van zaken wat betreft PGS. Behalve de drie PGS'en die op deze dag gepresenteerd werden, is er dit jaar een  nieuwe PGS in de reeks gepubliceerd, PGS 33 deel 1, over LNG vulstations voor voertuigen. Bovendien is er een aantal PGS'en in de externe commentaarronde beland, zo gaf Bohlander aan, zoals PGS 9, 12 en 33 deel 2, in aanvulling op deel 1 maar dan voor vaartuigen. Volop ontwikkelingen dus op PGS gebied. En veel meer mensen dan vorig jaar houden die ontwikkelingen bij, zo bleek uit de stijging van het aantal abonnees op de PGS nieuwsbrief. Goed nieuws!

Werk te doen
Voor 2014 zet de beheerorganisatie in op de afronding van de PGS'en waaraan men momenteel werkt, zoals PGS 14 over brandbestrijdingssystemen, PGS 31 over vloeibare chemicalien en 32 over explosieven voor civiel gebruik (zoals de bouw) of PGS 35 over waterstoftankstations. Verder wil men de doorlooptijd verkorten, gaf Bohlander aan. In dat kader wordt in 2014 hard gewerkt aan onder andere de meest gebruikte PGS, PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen. Waar eerst alleen de hoofdpunten zijn gereviseerd, worden nu ook hete hangijzers als de definitie van 'brandbaarheid' en andere belangrijke zaken aangepakt. Andere PGS waar volop op wordt ingezet is PGS 29 voor opslagtanks, die veel aandacht geniet vanuit zowel bedrijfsleven als overheid. En: er worden twee nieuwe PGS-trajecten gestart. PGS 6 (aanwijzingen implementatie BRZO) en PGS 26 (over het veilig stallen en repareren van motorvoertuigen op aardgas). Werk genoeg aan de winkel dus!

Minder regels?
"Het is belangrijk werk dat hier gebeurt, en wij volgen het als overheid op een gepaste afstand", begon Peter Torbijn van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zijn presentatie over een kwaliteitsimpuls voor de omgevingsveiligheid in ons land. Hij schetste de rol van het Rijk als 'stelselverantwoordelijk'. Dat houdt in dat de overheid erop toeziet dat het hele systeem van veiligheid met al zijn actoren goed functioneert. Daarbij stelt de overheid vragen over de doelstelling van het veiligheidsbeleid en wil zij facilitair bezig zijn zodat iedere partij zijn rol in de veiligheidsketen kan vervullen. Ook is het volgens Torbijn de taak van de overheid te monitoren of alles wel goed gaat. Torbijn pleitte vervolgens voor een coalitie tussen bedrijfsleven en andere partijen om te komen tot zogenaamde Safety deals, het veiligheidsequivalent van de Green deals. "Niet blind meer regels of PGS'en invoeren, maar kijken naar hoe veiligheid het beste verhoogd kan worden. We lopen als ministerie niet weg voor onze rol als regelgever, maar er is meer om de wereld veiliger te maken dan alleen regels. Ik streef daarom naar iets meer algemene regels die kaderstellend zijn."

Rol van het Rijk
Ook is er volgens Torbijn nog ruimte voor verbetering als hij kijkt naar de rol van de overheid bij de PGS'en. "Het optimaliseren van het proces om tot aanwijzing van een PGS-publicatie als bbt-document te komen is daarbij belangrijk", legde hij uit. "Ook het faciliteren van kennisinbreng vanuit andere partijen willen we bevorderen. Bovendien willen we als overheid meer aan de voorkant van het proces inbreng leveren, aan de kant van de vergunningverlening dus, en niet zozeer bij het toezicht of de handhaving." Verder wees Torbijn op zaken die vaker naar boven komen als er over de rol van PGS'en wordt gesproken: de detaillering ervan en of die gewenst is, de getrapte doorverwijzing naar onderliggende documenten ("zien we door de bomen het bos nog wel?") en of een nieuwe PGS ook geldt voor bestaande situaties. Dilemma's waarmee nog geworsteld zal moeten worden, zo besloot Torbijn.

Implementatie
Jan van den Heuvel van DCMR Milieudienst Rijnmond schetste op een luchtige doch indringende wijze enkele noten die nog gekraakt moeten worden, de feestelijke aanleiding voor de bijeenkomst ten spijt. "Allereerst: het is geweldig dat de PGS'en er zijn. Ze zijn uiterst belangrijk, scheppen helderheid en duidelijkheid voor toekomstige marktontwikkelingen, maar ruimte voor verbetering is er ook. Kijk maar eens naar de aansluiting van de theorie van een PGS op de praktijk. Zelf kom ik uit het bedrijfsleven en zie dat de aansluiting van de PGS'en op de praktijk nog te wensen overlaat. Zo is het niet helemaal duidelijk wat nu precies de juridische status is van een PGS als je die doortrekt naar het bedrijfsleven: is het pseudo-regelgeving of iets anders? De PGS geldt eigenlijk pas als die in de vergunning of in algemene regels is opgenomen. Vaak duurt dat veel te lang en de best beschikbare technieken zijn dan wellicht alweer achterhaald. Want wanneer gaat de werking van een PGS eigenlijk in? Op het moment dat hij uitkomt moet een bedrijf eigenlijk aan die standaard voldoen, maar dat is niet altijd mogelijk. Hoeveel tijd krijgen bedrijven ervoor? Dat soort zaken is nog onduidelijk. Aan de implementatie moet dus nog geschaafd worden." Van den Heuvel bepleitte in zijn toespraak ook meer discussie over de juridische verantwoordelijkheid en over het gelijkwaardigheidsprincipe (de discussie over alternatieve oplossingen beperken tot enkele weken).

Innovatie
In het tweede deel van het programma werd gesproken over innovatieve onderwerpen. Jaap Hoogcarpsel sprak namens Deltalinqs over de noodzaak en de aanpak voor een nieuwe PGS voor waterstoftankstations (PGS 35), Frits Eulderink uit het bestuur van Vopak sprak over LNG (PGS 33) en de cruciale waarde die de nieuwe PGSen hierin spelen, en de heer Fred Beukema van Waterschap Groot Salland over biovergisters en over de impact van een calamiteit op de bedrijfsvoering hede ten dage.  Voor al deze onderwerpen geldt dat helderheid en eenduidigheid zeer gewenst is bij innovatie. Dit is met name belangrijk voor het vergunningverleningsproces waarbij een PGS de uniformiteit in heel Nederland bevordert. Het is soms lastig de juiste wet- en regelgeving te vinden, laat staan welke stand der techniek door iedereen gedragen wordt. Ook met deze sprekers kwam een goede discussie op gang. Onder andere over de vorm van de voorschriften. Over het algemeen kan er wel gesteld worden dat kleine bedrijven veel zekerheid nodig hebben en vaak zaken tot in detail uitgeschreven willen hebben. Grote bedrijven daarentegen willen meer gereguleerd hebben op uitkomst met daarin de ruimte om de manier daarnaar toe zelf in te vullen.

De discussies over de PGS'en werden deze middag niet beslecht, maar met de drie geactualiseerde Publicaties in de reeks is Nederland weer een stukje veiliger geworden. Dat werd nog uitgebreid gevierd met een prachtige boottocht over de Maas.

 

Overig nieuws